Goesting om te werken vs. Motivatie om te werken

Recent liet de heer Jan de Nul zich nogal onverbloemd uit over de – in zijn ogen te lage – Belgische activiteitsgraad. Hierbij schopte hij tegen heel wat heilige huisjes, zo kon ik afleiden uit de storm van protest die er -vooral vanuit linkse hoek – op volgde.

Voor hen die de volledige tekst willen lezen, u vindt hem hier: "Moeder waarom werken wij?".

Om op de vraag te antwoorden: ik werk -eerst en vooral- omdat ik mijn job graag doe en uiteraard om te leven. (Ik leef niet om te werken…)  Hieronder vat ik kort de belangrijkste punten samen van de heer De Nul zijn betoog, en plaats de gegevens bij die ikzelf op de site van de NBB of andere officiële kanalen vond.

Vaststelling 1: Er werken te weinig mensen.

De Nul: "Als we de website van de nationale bank consulteren dan zien we dat er van de 11 miljoen Belgen 6,1 miljoen de leeftijd hebben waarop ze zouden moeten werken. Er werken er 3,1 miljoen."

Federale overheidswebsite: De bevolking op arbeidsleeftijd (15 – 64 jaar) bedroeg Q4 2012: 7 256 065. Volgens de dienst bevolking zijn er ca. 1,3 miljoen mensen tussen de 15 en 24 jaar. Daarvan zijn er nog 908 680 inactief en 82 448 werkloos. (Bron: nbb en federale overheid) Voor die inactieven gaat het veelal om studenten, mogen we logischerwijs aannemen, gelet op de leerplicht. Dan bedraagt de bevolking op arbeidsleeftijd dus: 6 347 385. Volgens de website van de federale overheid bedroeg de werkende bevolking 4 490 827. Er waren in Q4 2012 2 357 444 inactieven (mensen die arbeidsleeftijd hebben, niet werkloos zijn maar niet actief zijn als werknemer/zelfstandige) en 407 794 werklozen.

Er werken dus 1,4 miljoen meer mensen dan de heer de Nul aangeeft.

Vaststelling 2: die werkende mensen moeten te veel anderen "onderhouden".

Er waren op 1 januari 2013 11.082.744 invwoners van België. Verminderd met de actieven van hierboven geeft dit 6 591 917 mensen die in meer of minder mate leven van de solidariteit van deze actieven. Dit betekent dat er 1,47 Belgen afhankelijk zijn van de solidariteit van 1 werkende belg. Met andere woorden elk belgenpaar zorgt voor een middelgroot gezin: henzelf en 3 "personen ten laste". Er is dus een spanning tussen de actieven en niet-actieven/werklozen, maar niet zo groot als de heer De Nul aangeeft.

Er zijn volgens de officiële cijfers 407 794 werklozen. Als we die allemaal aan het werk zouden kriigen, zou de werkende bevolking groeien tot 4 898 621, het aantal inactieven zou dalen tot 6 184 123. We hebben dan een activiteitsgraad van 67,51% in plaats van 61,9% nu.

Wij zijn dan die niet-werkloze inactieven?

  • personen die een uitkering krijgen van de rijksdienst voor pensioenen: 1 922 163 goed voor een maandelijkse uitgave van net geen 2 miljard euro
  • personen die vrijwilligerswerk doen: volgens een in 2008 uitgevoerde studie tussen de 1 en 1,4 miljoen belgen die tussen de 76 000 en 249 000 fulltime equivalenten vrijwilligerswerk presteren
  • mensen die onderwijs volgen in het voltijds onderwijs: 1 364 674(cijfers 2011-2012)
  • mensen die deeltijds onderwijs volgen: 549 754 (cijfers 2011-2012)
  • mensen met een handicap: 310 917

Als we deze "inactieven" in rekening brengen met 6 347 385 komen we op een aantal van 2 199 877 "inactieven", dit zijn huismoeders/mannen, vrijwillegerswerkers,werklozen…

Sommigen van hen kiezen inderdaad om niet te werken, niet omdat ze geen goesting hebben om te werken, maar omdat hun werk niet wordt gevaloriseerd in een loon. Vrijwilligers bijvoorbeeld doen bijzonder nuttig maar onverloond werk in o.a. de zorgsector, kinderopvang, thuiszorg… Een ouder die kiest om thuis te blijven voor zijn/haar kinderen doet dit veelal niet om "te profiteren" maar om het kind een stabiele, zorgzame omgeving te bieden. De maatschappelijke meerwaarde van de keuze van deze mensen valt mijns insziens in geen geld uit te drukken.

Ongetwijfeld zijn er ook mensen die de boel bedotten, die een uitkering opstrijken en "in het zwart" bijverdienen. Er zijn wellicht mensen die niet gaan werken omdat ze voldoende hebben met hun uitkering. Maar er is uiteraard een deel van deze mensen die in de situatie zitten dat het verschil tussen gaan werken of niet gaan werken niet voldoende loont. Daar ligt m.i. de uitdaging. 

Dus ook hier slaagt de heer De Nul de bal gedeeltelijk mis.

Vaststelling 3: de belgische overheid is log, inefficiënt en ontbeert elke vorm van socio-economische moed.

Hier stelt de heer De Nul dat er de laatste jaren 100 000 meer ambtenaren bijgekomen zijn, en voor zover ik kan nagaan is dit het eerste cijfer dat de man correct heeft. Het klopt dat de grootte van de som van Belgische overheden meer en meer ervaren wordt als een rem op de economische en sociale groei van ons land. We hebben te veel niveau's van overheden waardoor procedures lang duren, veel kosten en ontmoedigen om in ons land actief aan de slag te gaan als zelfstandige, een bedrijf te starten.

Een slankere en efficiëntere overheid hoeft mijns insziens niet in de weg te staan van een goede dienstverlening aan de burger, en kan de besluitvorming versnellen. Dat het kan bewees zeer recent nog staatssecretaris de Maggie de Block, toen zij 90 miljoen van het haar departement toegekende budget retourneerde aan het begrotingsconclaaf. Procedures werden ingekort, asielvragers hadden een snellere doorlooptijd en er werden geen mensen zomaar doorgestuurd naar de OCMWs. (zie o.a. hier)

Het moet toch mogelijk zijn om in elke overheidsdienst procedures te stroomlijnen, diensten beter op mekaar af te stemmen? Elke euro die zo uitgespaard wordt, moet men niet meer vragen aan de burger.

De uithaal van de Nul naar de BBI is in zijn geval totaal misplaatst. Als men veroordeeld is voor fiscale fraude en omkoping is men de laatste persoon die hierover commentaar levert. Het is de plicht van de overheid om voor een correcte inning van de belastingen te zorgen. Dat is in het belang van elk van ons. Ik kom hier later op terug.

Verder wijst de Nul terecht, maar ten overvloede, naar de belabberde financële situatie van de Belgische staat.

Overigens beweert de Nul niet dat hij/zij die niet werkt lui is, immers: 

Het is niet hun schuld, het is de schuld van het bestel die dit mogelijk gemaakt heeft.

Wat ik de heer de Nul verwijt in heel zijn betoog is, dat hij geen oplossingen aanreikt. Hij geeft enkel problemen aan. Dat kan eenieder die een beetje cijfers kan lezen. Dat is niet moeilijk. Bovendien oververeenvoudigt hij in zijn rede een aantal materies die complexer in mekaar steken dan de lezer of aanhoorder van zijn speech op dat moment kan inschatten.

Een eigen denkoefening

Vooropstellingen: ik wil een België waarin de sociale zekerheid tot de wereldtop behoort, en waarbij éénieder die kan zijn/haar steentje zinvol bijdraagt. Ik wil een België waarin hij die kan werken altijd de voorkeur zal geven aan werken tegenover niet werken. Zonder dat de kosten van dit alles wordt overgedragen aan de ons volgende generaties.

Probleem 1: Er zijn uitkeringstrekkers die toch niet gaan werken.

Dikwijls wordt hier het voorbeeld van de nietwerkende alleenstaande moeder misbruikt om aan te tonen dat de Nul ongelijk heeft. Vooral uit linkse hoek. Dit is een intellectuele fout.  De bijkomende kosten van vervoer en  opvang voor de kinderen, het wegvallen van het recht op sociale tarieven, bij het opnieuw gaan werken voor iemand in deze situatie. Wat dikwijls niet verteld wordt is dat in België diezelfde alleenstaande moeder wel de tijd vindt om -in het zwart- bij te verdienen als kinderopvang, huishoudhulp, waardoor zij inderdaad door te gaan werken inlevert. Ze heeft immers de tijd niet om bij te klussen.

Mijn oplossing zou erin bestaan in eerste instantie om ervoor te zorgen dat de meeropbrengst van te gaan werken voor iemand altijd loont in vergelijking tot niet gaan werken en bijverdienen in het zwart. Dit kan ten dele door arbeid goedkoper te maken en tegelijkertijd de last op inkomsten van arbeid drastisch te verlagen, voor alle lonen, maar vooral voor de laagste lonen. De uitkeringen verlagen moet men niet doen, ze moeten voldoende hoog zijn om kwaliteitsvol te kunnen leven. Immers iemand die constant met zorgen aan zijn hoofd zit owv financiële problemen zal moeilijker aan werk geraken. Armoede isoleert. 

Men moet tegelijkertijd durven nadenken over de duurtijd van de werkloosheidsuitkering. In de landen waarbij de kwaliteit van het sociale vangnet hoger wordt ingeschat als dat van België is de werkloosheidsuitkering ingeperkt in de tijd. België is het enige land TER WERELD waar men als afgestudeerde een leven lang niet kan werken en toch een inkomen hebben. Ik spreek me niet uit over de kwaliteit van het leven van iemand in deze situatie, maar het feit dat dit perfect mogelijk is, moet tot nadenken stemmen. Wil men de sociale vangnetten in stand houden en betaalbaar houden dan moet men streng – maar rechtvaardig – durven zijn.

Probleem 2: de nationale sport

Men kan er lacherig over doen maar onze nationale sport fiscuswerpen en zwart werk doen ons gestaag maar zeker de sociale strop om. Ons sociaal vangnet is gebaseerd op solidariteit. Solidariteit betekent dat iedereen die kan zijn steentje bijdraagt om in te staan voor hen die niet – of minder – kunnen. U leest het –iedereen die kan. Anders geponeerd: de zwartwerker en de fiscale fraudeur zouden maatschappelijke paria's moeten zijn, geen volkshelden. Helaas zijn enkel de "grote bedrijven" paria's als ze frauderen, maar de uitkeringtrekker die door bij te klussen meer dan 1000 euro in de maand extra verdient, is een held?

De grootte van de "ondergrondse economie" wordt in België macro-economisch geschat op 21% van het BBP. (BBP = 376,229 miljard euro in 2012) Dat is een ontstellende 79 miljard euro. Professor Maus schat de fiscale fraude (zwartwerk valt hier ook onder) op 18% van het BBP. De staat loopt zo elk jaar een slordig 20 à 25 miljard euro mis. Dat zijn belastingen die u en ik extra moeten betalen. Om u een idee te geven, dat is 2200 tot 2800 eur per jaar per belastingsplichtige. Dat is een mooi tot riant maandloon per jaar. Enkel de zogenaamde pigs landen doen nog slechter (Portugal, Italië, Griekenland)

Waarom frauderen wij – iedereen doet het immers – in België? Volgens prof. Maus omdat er een groot verschil is in de belasting op arbeid en op vermogen. Dat wordt door de gewone werknemer – terecht ervaren – als een onrechtvaardigheid. (zie o.a. : interview in humo, "iedereen doet het"

De oplossing klinkt simpel maar is het allerminst: 

  • verhoog de belasting op vermogens (onroerend goed, aandelen, …)
  • verlaag tegelijkertijd drastisch de lasten op arbeid (zowel aan werkgever als aan werknemerszijde)
  • vergroot de pakkans voor wie fraudeert
  • vereenvoudig de aangifte, o.m. door het afschaffen van de wildernis aan aftrekposten

Het doel moet zijn om het oninteressant te maken om te frauderen. Zodanig dat eenieder er baat in ziet zijn belastingen netjes te betalen. Neem de reden weg waarvoor Belgen frauderen en straf de onverbeterlijken meedogenloos. Enkele jaren geleden werd al in een economisch onderzoek aan de Ugent gesteld dat de baten van een drastische lastenverlaging België in staat zou stellen zijn staatsschuld in record tempo af te lossen, omdat er een natuurlijke correctere inning van de lasten mee gepaard zou gaan. (heel kort, en simplistisch samengevat. De bron hiervoor ontbreekt helaas.)

Het grootste probleem met de invoering van drastisch belastingsregels is dat ze een lange tijd vragen om op kruissnelheid te komen.

De positieve effecten van de hierboven voorgestelde maatregelen zijn veelvouden van het initiële verlies aan inkomsten. Helaas horen de politici in Belgïe blijkbaar enkel het eerste punt van deze aanpak.

Probleem 3: de werkzoekenden geraakt niet bij de juiste job, het activeringsbeleid faalt.

De overheid moet de arbeidsmarkt zodanig stimuleren dat zij die geen werk hebben, gemotiveerd zijn om werk te zoeken. Daar bovenop moet zij er op toezien dat éénieder het juiste werk vindt,i.e. afgestemd op de kwaliteiten, keuze en talenten van de werkzoekenden. Er zijn in België nog tal van vacatures die niet ingevuld geraken omdat men niet het juist gekwalificeerde personeel vindt. Dit houdt in dat men moet inzetten op scholing, zowel voor jongeren (ter voorbereiding van hun toetreding tot de arbeidsmarkt), als voor inactieven (die zich dan willen laten omscholen.) Dit kan o.m. door bedrijven te stimuleren om – potentiele –  personeelsleden te laten omscholen.

Een mooi voorbeeld hiervan (i.e. omscholing) heb ik van nabij kunnen meemaken in de IT sector in de aanloop van de invoering van de Euro en het oplossen van de milleniumbug. In de jaren 90 van de vorige eeuw kwam de concurrentie op de sollicitaties voor een job dikwijls van niet IT-ers die zich lieten omscholen tot programmeur. Er was hier wel een economische/politieke noodzaak om hard in te zetten op deze herbronningstrajecten. Waarom dit soort trajecten niet vaker en meer invulling te geven, in plaats van arbeidskrachten importeren? (Meestal is het antwoord omdat importeren van de juiste kwalificaties goedkoper is dan ze op te leiden.)

Noot:

De bovenstaande tekst zijn mijn eigen bedenkingen bij de uitlatingen van de heer de Nul. Reageren kan op een beleefde en constructieve manier.

Bronnen:

FOD binnenlandse zaken:
http://www.ibz.rrn.fgov.be/index.php?id=2982&L=1

NBB: 
http://www.nbb.be/belgostat/DataAccesLinker?Lang=N&Code=poparb

Sociale zekerheid: 
https://www.socialsecurity.be/CMS/nl/about/displayThema/about/ABOUT_6/ABOUT_6_2/ABOUT_6_2_3.xml 

http://www.handicap.fgov.be/sites/handicap.fgov.be/files/explorer/nl/overzicht-cijfers-2011.pdf

RVP: Jaarverslag 2012

Onderwijs
http://www.ond.vlaanderen.be/onderwijsstatistieken/2011-2012/VONC_2011-2012/VONC_2012_NL_Integraal_v10.pdf