Tour de farce?

Zondag eindigt de 100e editie van "le tour de France" met een feestelijk avondcriterium op de elyseeze velden van Parijs. Het wereldkampioenschap voor de sprinters. Het was een mooie tour met strijd, drama, vreugde… maar ook ongeloof. Ongeloof in het eigen kunnen (positief), maar ook ongeloof in de eerlijkheid van de prestaties (negatief).

Op deze laatste vorm van ongeloof is vanuit het peloton veel kritiek gekomen. "Het moet toch altijd niet over doping gaan", klinkt het dan. Wel, heren wielrenners, uw werkgevers, sponsors en uzelf – kortom het hele wielerwereldje – hebben dat zelf over zich afgeroepen. Na de beruchte tour van 1998 met het Festina schandaal is ons verzekerd: "we zuiveren de sport uit". Nadien is gebleken dat het bedrog gewoon verder ging, zij het berekender, nog gesofisticeerder. Doping is systemisch in de koers, zo bleek uit de bekentenissen van van o.m. Hamilton en Armstrong. In elk ander deel van de samenleving noemt men zulk een georganiseerd bedrog, waardoor men onterecht gelden verwerft, georganiseerde misdaad. In de koers noemt men het alledaags, normaal. Om Tyler Hamilton te citeren: "Doping was zo vanzelfsprekend als de lucht in onze banden." – einde citaat. Dat jonge mensen in zulk een wereld moeten proberen zuiver te sporten, verontrust me.

We zagen met Armstrong 7 mooie overwinningen van 's werelds grootste circus. Velen, die nu absoluut niet meer met de man in een zin vernoemd willen worden, verdienden daardoor een grote boterham meer. Armstrong werd uit de annalen geschrapt, terwijl ene Richard Virenque, die toch ook met doping in verband gebracht werd, grote sier mag spelen in de tour. In mijn woordenboek heet dit Hypocrisie.

Ik houd van de koers, ik zie het graag. Ik houd van de gevechten man tegen man, van de tragedie, van passie, van de sportieve eerlijke schoonheid dat de sterkste wint. Ik wil zo graag geloven dat de moderne wielersport "clean" is, eerlijk en proper. Maar wat moet ik met die twijfel die steeds opduikt als ik een buitenaardse prestatie zie? Die twijfel, heren wielrenners, hebben uw voorgangers daar gezaaid, en ik vervloek hen hiervoor. Ze tasten mijn geloof in de nieuwe generatie aan. Ik hoop dat ze dit niet verdienen. Twijfel maakt ons kritisch, houdt ons scherp. Doping heeft deze mooie sport haar onschuldige maagdelijkheid verkracht. Het helingsproces is nog maar net begonnen. Vraag ons -supporters, journalisten en sympathisanten- niet om geen vragen te stellen. De vragen moeten gesteld worden, ze zullen uiteindelijk de sport versterken, als ze positief beantwoord kan worden met: "Ja, we sporten eerlijk en veilig en clean." 

Ik wil geloven in de cleane, propere wielersport. Elke renner van de nieuwe generatie verdient het dat we hem eren om zijn prestatie. We moeten als supporter, journalist of liefhebber durven vertrouwen dat wie pakt, gepakt wordt. Tot die dag moet elke topprestatie gewaardeerd worden. Geen beschuldiging of afschieten zonder aantoonbare schuld, met onomstotelijk bewijs.

Maar verwijt ons geen twijfel, uw vervalsend verleden heeft deze in onze hoofden gezaaid. Wat de wielersport nu doet, is -mager- oogsten.

En toch, met een bang hart, nog steeds: vive le vélo! (met excuses aan K. Vannieuwkerke voor het misbruik van zijn programmaslogan).